Path of Miracles

Over de ervaringen die pelgrims naar Santiago sinds jaar en dag ondergaan op hun reis, schreef de Engelse componist Joby Talbot in 2005 een indrukwekkend zeventienstemmig koorwerk. Het geklaag over de weg (elke dag hetzelfde), het eendreunige geslof, de brandende zon, de vervelende medepelgrims ('de Engelsen stelen'), de duivel die zijn streken levert, de herbergier die je belazert, het wordt allemaal op een herkenbare wijze uitgedrukt in dit stuk. Uiteindelijk is er het besef iets bijzonders volbracht te hebben: het bereiken van Santiago is een echt wonder.
Het koorwerk is opgedeeld in vier stukken, genoemd naar de belangrijke plaatsen van el Camino. De stukken zijn uiteenlopend van karakter, maar verschillende korte muzikale motieven die steeds herhaald worden (ostinato's) brengen verbinding aan. De tekst werd geschreven door Robert Dickinson, die daarvoor deels bekende middeleeuwse teksten gebruikte, en hier en daar een aanhaling uit de psalmen. Er wordt meerstemmig en soms door elkaar heen gezongen in het Grieks, Latijn, Spaans, Baskisch, (oud-) Frans, Engels en Duits. De pelgrims spraken tenslotte ook allerlei talen. De moderne hoofdtekst is echter in het Engels.

Het eerste stuk, ‘Roncesvalles’, begint met een in het begin bijna onhoorbaar, langzaam aanzwellend en mysterieus glissando (glijdende stijging) in de lage stemmen. Dit wordt malen herhaald en levert vreemde vocale effecten op. Het is ontleend aan de traditionele zang, 'pasiputput' genaamd, van het Bunun volk op Taiwan. Aan het eind ervan volgen de Baskische uitroepen 'Herr Santiagu!' en 'Grot Santiagu!' en de oud-Spaanse kreten 'Eultreya! Esuseya!' (verder en hoger) en 'Deius aia nos' (Moge God ons bijstaan). Dan wordt de geschiedenis van de apostel Sint Jacobus verhaald.

In het deel 'Burgos' komt alle ellende van de pelgrimage samen. Niet alleen van de zware weg, maar ook van de verzoekingen van de duivel. Er zit niets anders op dan te lopen, steeds maar verder, op de maat van die eentonige dreun 'Santiago, peregrino', en te bidden: 'Wij bidden tot Sint Jacob. Ora pro nobis, Jacobe, vanaf de uitersten van de aarde roep ik tot u' (Psalm 61).

Terwijl in het deel ‘Léon’ de zon hoog aan de hemel ongenadig op hem neerschijnt, zingt de pelgrim 'De zon in mij verlicht mij, God is mijn gids' (hoge vrouwenstemmen). De weg gaat almaar verder, elke dag weer diezelfde weg, diezelfde zon. Van rivier naar schapenpad, van herberg naar kluizenaarsgrot. Maar we zijn er bijna, we zijn in het land van Jacob, het is allemaal één groot wonder. Het smekende bidden maakt plaats voor hoop en vertrouwen: 'Gelukzalig zij die wonen in Uwe woningen (Psalm 84)'.

In het begin van het vierde en laatste deel, ‘Santiago’, zingt een enkele stem het motief (ostinato) dat we al kennen uit het eerste deel, en dat ons doet herinneren aan de zwaarte van de pelgrimage. Andere stemmen voegen zich erbij en bezingen het landschap, de weg en de rustplaatsen richting Santiago. Als vanaf de Monte di Gozo het doel in zicht komt, slaat de weemoedige stemming ineens om. Meervoudige uitroepen 'Eultreya! Esuseya! Deus aia nos!' wisselen af met 'Herr Santiago, grot Santiago'. Dan wordt het een groot feest met een tekst die is ontleend aan de bekende Carmina Burana. Tenslotte treedt bezinning in, het einde van de reis is bereikt, Sint Jacob wordt dank gebracht en de pelgrim erkent dat zijn leven veranderd is door de reis. 'Holy Saint James, great Saint James, God help us now and evermore...'
© Pieter Huijbers, voor LUNA kamerkoor. januari 2019

 

 

 

Lukaspassion

Ik ben pleitbezorger van de composities van Johann Heinrich Rolle. Naast de lawine van de jaarlijkse Bach Passionen (zonder deze te kort te willen doen) zou het in “Nederland Passieland” een meer dan goede aanwinst zijn om een volwaardig passieverhaal in een totaal andere beleving mee te mogen maken. Net als de Matthäuspassion die in 1748 voor het eerst uitgevoerd is en na 1752 geen of nauwelijks meer uitvoering(en) gekend heeft, is de Lukaspassion een totaal onbekend meesterwerk. Het Luna Kamerkoor en het Helios Ensemble voerden de Matthäuspassion in 2017 als eerste ensemble sinds 1752 live uit. Hiervan bestaat een schitterende CD opgenomen door de Kölner Akademie. Van de Lukaspassion bestaan (nog) geen opnames en wederom zal het Luna Kamerkoor en het Helios Ensemble dit werk met de meest grote waarschijnlijkheid voor het eerst sinds 1747 uitvoeren!

Het koor

Het Luna Kamerkoor is opgericht in 2012 en is een projectkoor voor vergevorderde amateurzangers uit heel Nederland. De repetitieperiode is zeer kort, veelal zijn het niet meer dan 5 á 6 zaterdagen. Het streven is dat twee keer per jaar binnen één project het programma drie keer wordt uitgevoerd. De repertoirekeuze richt zich voornamelijk op muziek vanaf de 19e eeuw. Er zijn inmiddels dertien projecten uitgevoerd. Meer hierover kunt u lezen op de pagina 'vorige projecten'.

Financieel ondersteunen

Bent u fan van dit koor dan kunt u dit kamerkoor ook financieel ondersteunen door uw bijdrage te storten op de rekening van
Stichting Harmonia Mundi t.a.v. Luna Kamerkoor
NL65 INGB 0007 6574 85
Bij voorbaat mijn hartelijke dank,
Wolfgang Lange, initiator en dirigent.

ANBI-cultuurstatus

Stichting Harmonia Mundi heeft een ANBI-cultuurstatus. (nummer in het belastingregister: 800474235).
Een ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling.

Een instelling kan alleen een ANBI zijn, als ze zich voor minstens 90% inzet voor het algemeen nut.
De projecten die de stichting realiseert voldoen aan deze voorwaarde.

Oproep

Het Luna Kamerkoor heeft veel plannen. Maar er moet ook veel (voor)werk gedaan worden. Wie mee wil werken aan de organisatie wat betreft concerten / administratie / pr / fondsenwerving en alles wat nog meer te doen valt: meld je bij Wolfgang via het contactformulier.